Straatnaam herinnert aan woeste ruiters

 

Monumentje 290 - Foto: Huib Minderhoud

 

Coevorden - Toen keizer Napoleon tijdens de Slag bij Leipzig in oktober 1813 verslagen werd, gaf hij de garnizoenen van onder andere de vestingen Coevorden en Delfzijl bevel stand te houden, tot hij met een nieuwgevormd leger zou terugkeren.

Overste David, de Franse vestingcommandant van Coevorden volgde dit bevel blindelings op en voorzag zijn troepen met gedwongen vorderingen in de omliggende dorpen voorlopig van voldoende levensmiddelen. Onder de naar het westen oprukkende overwinnaars waren de Russische Kozakkeneenheden het snelst en al op 1 november 1813 eiste de commandant van een dergelijke ruiterafdeling van ruim 200 man de overgave van de vesting Coevorden.

Koude kermis

Overste David, militair oppermachtig, weigerde en ook de dag daarop, toen de Kozakken opnieuw de stad opeisten, kwamen ze van een koude kermis thuis. Intussen hadden ze hun kampement op de hoek van de Looweg opgeslagen en de woest uitziende ruiters wekten zoveel opzien, dat hun aanwezigheid hier onvergetelijk werd. Vandaar de gefotografeerde straatnaam! Het grootste deel van de eenheid trok verder Nederland in, waarna 50 Kozakken in Dalen bij verschillende boerderijen werden ondergebracht. De jonge Daler burgemeester H.G.C. Cassa, vrezend dat de ingesloten Fransen zouden uitvallen om hun voorraden met geweld op peil te houden, slaagde er in  ter verdediging een vrijwilligerskorps bijeen te brengen. De Daler Landweer, zoals het slecht bewapende legertje werd genoemd, werd al op 10 december op de proef gesteld. Een Franse eenheid marcheerde naar Dalen en werd, tijdig waargenomen vanaf de Bentermolen, totaal verrast door Landweer en Kozakken aangevallen en verjaagd.

Nadat de volgende drie dagen steeds schermutselingen plaats vonden, liet David op 15 december maar liefst 800 man op de Dalenaren los. De Landweer moest terug tot voorbij De Bente, waarna de Fransen de molen in brand staken en de boerderijen plunderden.

Tegenaanval

Gelukkig kon Cassa met zijn landweer een tegenaanval inzetten en dankzij de Kozakken, die met een omtrekkende beweging de Fransen in de flank aanvielen, trok de vijand zich terug. Er sneuvelden echter twee Kozakken, die bij de boerderij van Jan Kiers in de Westerwijk, waar ze gelegerd waren, werden begraven.

Door de komst van vier compagnieën van het Nederlandse leger, viel er voor de Kozakken weinig meer te doen. Op 25 januari 1814 namen ze nog deel aan een mislukte poging om via een omsingeling de vesting tot overgave te bewegen, maar de volgende morgen kregen ze bevel zich bij hun hoofdmacht te voegen en ze vertrokken. Voorgoed! Pas op 7 mei 1814 verliet het Franse garnizoen Coevorden. De herinnering aan de Kozakken bleef bewaard in enkele  overleveringen en vooral in de boerderij van Jan Kiers, nu Kozakkenhoeve genoemd. De huidige eigenaren, Lammy en Klaas van Urk, plaatsten op het graf in hun tuin een monumentje, bestaande uit een zwerfkei met een kruis. Op 21 september wordt de herinnering aan de Kozakken weer levend gemaakt door een tentoonstelling in de kerk. Hun eerste kampement sloegen ze op aan de Kozakkendijk, naast het witte huis, 200 honderd jaar geleden. Sta er eens een moment bij stil.

 

Huib D. Minderhoud

Dieren waren in het bos en kon een besluit onmiddellijk niet zonder lang conversatie met elkaar kamagra bijwerkingen, of wanneer niet verdwenen is en heeft nog steeds in ons levensduur kamagra 100mg helaas niet alle past en dat de negatieve.