Het einde van de verzetsgroep

Door: Huib D. Minderhoud. Voor meer info over WWII: www.herdenking.nl


Op maandagmorgen 9 januari 1945 doet de Duitse controlepolitie, de "Grune Polizie" uit Dalen, een inval bij de eierhal van de O.P.C. (Oostelijke Pluimvee Centrale) bij de NS-overgang aan de Krimweg. De heren zijn op zoek naar J. Schoonewille, die op de eerste verdieping een zaadhandel drijft en die zeer actief is bij het onderbrengen van onderduikers. Schoonewille is er niet en de "Groenen" zoeken de hele verdieping nauwgezet af.



De Eiercentrale

O.P.C. (Oostelijke Pluimvee Centrale)


Intussen komt de directeur van de O.P.C. Berend Jan Koning, binnenwandelen en als typiste Dien Holthuis hem zegt, dat er Duitsers boven zijn, maakt hij rechtsomkeert en wandelt naar huis. Boekhouder Rudolf van der Veen, lid van de verzetsgroep, komt al helemaal niet opdagen. De Groenen zoeken intussen verder en geven enkele arbeiders opdracht een voorraad los graan uit een afgesloten ruimte weg te halen. Dan komen er enkele autobanden tevoorschijn, die door Schoonewille daar verborgen zijn. De Duitsers gloriëren; dat is tenminste iets. Dien Holthuis gaat om twaalf uur naar huis en ziet bij café Tebbe aan het eind van de Sallandsestraat Rudolf van der Veen zitten. Hij houdt haar staande en vraagt:"Hebben ze de autobanden ook gevonden?"



Sallandse straat

Sallandse straat


Als Dien bevestigend antwoordt, zegt hij:"Dat is niet best!" De Groenen blijven nog de hele dag in de O.P.C. rondhangen. Ze nemen twee werknemers van Schoonewille gevangen en zetten hen omstreeks half drie op de toegangsweg neer. Daar laten ze de mannen staan tot half acht, waarna ze hen met veel geschreeuw wegjagen. Aldus pure machtswellust demonstrerend.

De overval van de Groenen heeft toevalligerwijs gelijktijdig plaats met de actie van de Nederlandse S.S.ers en landwachters, die de leden van de verzetsgroep willen arresteren. Tijdens het optreden van de Groenen komt Bertus Zwiers uit Nieuwlande, koerier van de verzetsgroep, binnen om Rudolf van der Veen een boodschap over te brengen. Hij schrikt behoorlijk, maar blijft kalm en kan ongemerkt wegkomen.

Doordat het optreden van de Groenen niet bepaald onopvallend verloopt, gaan allerlei geruchten de ronde doen. Een daarvan is dat directeur Koning gearresteerd is en dat men hem verwisseld heeft met boekhouder/verzetsman Harm Koning. Laatsgenoemde is gewoon aan het werk op het kantoor van de Centrale Handelmaatschappij naast het postkantoor. Hij wordt van verschillende kanten gemaand nu toch onder te duiken, maar hij blijft op zijn post.

Intussen slaan de S.S.-ers en landwachters hun slag.Zoals eerder vermeld, hebben ze ir. Mantel al gearresteerd. Ze nemen nu H.B.S. leraar Geert Lammers gevangen en dringen daarna het huis van Rudolf van der Veen binnen. Hier arresteren ze van der Veen zelf en zijn zonen Rudolf jr. en Tonny.Koerier Bertus Zwiers, die naar Vander Veen gegaan is, wordt eveneens meegenomen. Tenslotte arresteren de nationaal-socialistische handlangers ook Harm Koning.

De volgende avond is Piet Tijsma aan de beurt. Ook hij is gewaarschuwd, want de dochter van ir. Mantel is naar Klooster gefietst om haar vaders gevangenname te melden. Maar ook Tijsma blijft thuis, erop vetrouwend, dat zijn vrienden zijn naam niet zullen noemen. Daarin vergist hij zich, geen rekening houdend met de martelpraktijken van de landverraders.



Piet Tijsma

Piet Tijsma


Als de horde S.S.-ers en landwachters midden in de nacht op zijn voordeur staan te beuken, verbergt Tijsma zich bliksemsnel onder het hooi boven de koestal. Zijn vrouw houdt de overvallers vanachter de deur aan de praat en laat hen tenslotte via de keukendeur binnen. De boerderij wordt grondig en niets ontziend doorzocht. De oefenwapens worden gevonden, maar Tijsma wordt niet ontdekt. De volgende morgen weet hij in een onbewaakt ogenblik uit de schuur weg te vluchten.

Door de heersende sneeuwjacht voortzwoegend bereikt hij veilig de familie Beenen aan het Coevorderkanaal, vanwaar hij onderduikt. Als Tijsma niet gevonden wordt, gaat een deel van de overvallers naar de boerderij van Hartemink op de Hoge Haar. Daar dringen ze om vijf uur 's morgens binnen en nemen Bernhard gevangen; broer Geert weet op dezelfde wijze als Piet Tijsma te ontkomen. Hij verbergt zich op de roggezolder en vlucht, als de op wachtstaande S.S.-er even naar binnen geroepen wordt.

Omwonenden zorgen er intussen voor, dat Albert Hartemink in Dalerpeel gewaarschuwd wordt. Maar ook hij blijft thuis, want hij is bang voor maatregelen tegen zijn gezin, als hij onderduikt. Bernhard, die denkt, dat hij weg is, vertelt pas aan 't eind van de middag, waar zijn broer woont. Ook Albert wordt dan gearresteerd.

De volgende nacht komen de S.S.-ers terug en laten bewoners en buren de wapens op de Hoge Haar uit de persbult graven. Die van Albert zijn dan al onder de bieten vandaan gehaald. Na drie weken worden ook wapens en springstoffen bij Tijsma gevonden.

S.S.-ers en landwachten kunnen tevreden zijn. De Verzetsgroep Coevorden is opgerold. Vijf moedige burgers zullen hun inzet met hun leven bekopen. Omdat zij tot de weinigen behoorden, die zich daadwerkelijk te weer stelden.

Met dank aan Dien Jonker-Holthuis.


Last update: 22-juli-2007 by www.herdenking.nl