De oorlog komt weer dichterbij.

Door: Huib D. Minderhoud. Voor meer info over WWII: www.herdenking.nl


Voorjaar 1945. Coevorden wordt langzamerhand frontstad. Steeds vaker worden weg-, kanaal- en spoorverbindingen doelwit van geallieerde vliegtuigen. Speurende jachttoestellen schieten zonder aanzien des persoons op alles wat beweegt. Zo worden op 24 maart groentehandelaar Christiaan Muller en zijn negenjarige logée Boudewijn Carolus Bom in Weijerswold, zittend op de bok van de groentekar, vanuit de lucht doodgeschoten. Het zijn in feite zinloze moorden, door bevrijders op onschuldige burgers gepleegd.


Op 16 februari komen zes bommen in een wiland naast de Esschenbruggerdijk terecht en zes dagen later wordt de spoorbrug van de Bentheimer Eisenbahn door een doelgericht luchtaanval vernield. Op 24 februari beschieten Engelse jagers stilstaande wagons in Coevorden en tegelijkertijd wordt het spoorwegstation in 't Laar gebombardeerd. Enkele tankwagons aldaar vatten vlam en de toegesnelde Duitse brandweerauto's worden stukgeschoten.


Hendrik Pool

Hendrik Pool.

De Coevorder brandweer moet nu dan maar gaan blussen, beslissen de Duitse autoriteiten, maar de Nederlanders weigeren te gaan. Er volgen geen strafmaatregelen. De Duitsers accepteren steeds meer.

In de stad wemelt het intussen van Duitse uniformen. De Paul Krugerschool dient inmiddels als onderkomen voor de N.S.K.K., het Wehrmacht onderdeel, dat belast is met het militaire vervoer. De in Coevorden gelegerde compagnie bestaat hoofdzakelijk uit Nederlandse vrijwilligers. De Rijks H.B.S., de Vakschool en de Ned. Hervormde school zijn ingericht als lazaret, als veldhospitaal. Al in oktober 1944 zijn hier honderden gewonden van de slag om Arnhem ondergebracht en hoe meer het gevechtsterrein naderbij komt, des te meer gekwetsten worden er verpleegd.



Koningin Wilhelmina school.

Koningin Wilhelmina school.

Regelmatig wordt de stad gebruikt als tijdelijke wijkplaats door naar het noorden terugtrekkende Duitse troepen. Ze worden opgevangen in de Koningin Wilhelinaschool, waar in een der lokalen ook het distributiekantoor is gevestigd. De Duitse soldaten zien er steeds vermoeid en haveloos uit. Ze hebben soms dagenlange marsen achter de rug en ze zijn vaak uitgeput en uiterst prikkelbaar.



Gezienus Soetebier

Gezienus Soetebier.

Dit laatste ondervinden Hendrik Pool en Gezinus Soetebier, die na de overval van 21 juni met Bertus Hermes en Appe Dijkstra als bewakers van het distributiekantoor fungeren, aan den lijve. Als er op een morgen weer een aantal Duitsers langs het hoge lokaalraam voorbij schuifelt, kunnen de vier mannen hun leedvermaak niet onderdrukken. Ze gaan zich te buiten aan brede grijnzen en beledigende gebaren. Dat hadden ze beter niet kunnen doen, want zo uitgeput is de vijand nu ook weer niet. De frontsoldaten beschikken nog over voldoende krachten om ogenblikkelijk bij de spotters verhaal te gaan halen.

Bertus en Appe kunnen zich nog juist op tijd uit de voeten maken, maar Hendrik en Gezienus worden gegrepen. Ze worden met de handen omhoog in de gang gezet en na een kwartier daar gestaan te hebben, letterlijk een van de w.c.'s ingeschopt.

Drie uur zitten ze hier opgesloten. In kwellende onzekerheid en kwalijke dampen, want de op verhaal komende Wehrmachtsoldaten in de lokalen op de eerste verdieping, maken in ruime mate gebruik van de w.c.'s boven hen.



Jan Somer

Jan Somer.

Bertus en Appe zijn intussen naar huis gevlucht en vervolgens naar het gemeentehuis gegaan. Daar brengen ze verslag uit bij gemeenteambtenaar Jan Somer, die niet bepaald bekend stond om zijn schuchterheid. Somer spoedt zich naar de school, maar kan hier niets bereiken. De woedende Duitsers laten hem zelfs niet binnen.

Nu gaat Somer brutaalweg het bureau van de Ortskommandant binnen en overreedt deze functionaris zijn invloed te doen gelden. met de Duitse officier aan zijn zijde komt hij wel binnen en na veel pleiten en onschuld betuigen mogen Hendrik en Gezienus de w.c. uit.

Opgelucht gaan ze naar huis. Een ervaring rijker.



Last update: 15-07-2007 by www.herdenking.nl