Het einde van de verzetsgroep deel II

Door: Huib D. Minderhoud. Voor meer info over WWII: www.herdenking.nl


Negen gevangenen hebben de Nederlandse S.S.ers van Pattist en Hoogendam en de landwachters Weimar gemaakt. Geert Lambers, Rudolf van der Veen en zijn gelijknamige zoon worden na korte tijd weer vrijgelaten. Bluf en hardnekkig ontkennen redden hen. De overige zes: Willem Mantel, Harm Koning, Bernhard en Albert Hartemink, Bertus Zwiers en Tonny van der Veen worden door de S.S.ers opgesloten in de school van Hollandscheveld. Na dagenlange verhoren brengt men hen over naar het beruchte Scholtenshuis in Groningen, waar de S.D. met brute machtswellust heerst. Mantel en de gebroeders Hartemink blijven in verzekerde bewaring; als slachtoffers, eventueel te gebruiken voor repressailes, wraakoefeningen. Harm Koning wordt op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg.



Tonny van der Veen

Tonny van der Veen, de jongste verzetsman


Tonny van der Veen gaat ook naar Neuengamme, maar hij wordt na korte tijd weer overgeplaatst naar het Arbeitslager Wilhelmshafen bij Bremen. Daar ontmoet hij Bertus Zwiers. Laatstgenoemde heeft veel indruk op zijn ondervragers gemaakt, omdat hij perfect Duits spreekt.
Gevolg van enkele jaren "Arbeitseinsatz" in Duitsland in 1942 en 1943. Tonny, die geallieerde vliegers opving en verborg en distributiebonnen inzamelde voor onderduikers, wordt als eenentwintigjarige student ook wat ontzien. Beiden worden dus "begenadigd" tot dwangarbeid.

Nadat in de nacht van 6 op 7 maart bij de Woeste Hoeve aan de weg tussen Arnhem en Apeldoorn een aanslag op Rauter gepleegd is, worden honderdzeventien "Todeskandidaten" uit verschillende gevangenissen en kampen bij elkaar gebracht. Ze worden op de avond van de achtste maart op de plaats van de overval doodgeschoten. Als represaille, in plaats van de ontsnapte daders. Onder hen zijn Albert Hartemink, Bernhard Hartemink, Willem Mantel en Jan Veldwachter uit Schoonebeek.

Harm Koning wordt begin mei met alle nog aanwezige gevangenen van het kamp Neuengamme overgebracht op drie koopvaardijschepen, die de Noordzee opvaren. Een ervan loopt averij op en doet een haven aan; de andere twee varen verder in noordwestelijke richting. Engelse jachtvliegtuigen, in de veronderstelling met vaartuigen van de Kriegsmarine van doen te hebben, vallen aan en brengen de schepen tot zinken.



Bertus Zwiers

Bertus Zwiers


Het is 3 mei 1945; zevenduizend gevangenen komen om het leven; onder hen is Harm Koning. Tonny van der Veen en Bertus Zwiers houden elkaar op de been in kamp Wilhelmshafen. Naarmate de Duitse nederlaag zich steeds meer gaat aftekenen, wordt het regime in het kamp draaglijker. Maar het eten wordt dramatisch slecht en veel gevangenen lijden aan dysenterie.

Bertus weet zich af en toe aan de dagelijkse afmars naar de werkterreinen te ontrekken om te helpen bij de verpleging van de achtergebleven zieken. Tonny kan op een gegeven ogenblik de ook naar het einde snakkende kampleiding overhale het kamp te ontruimen. Er wordt een trein gevorderd voor het vervoer van de Nederlandse gevangen naar Emden. Daar ligt een oud roestig schip in de haven,dat nog varen kan. Ze mogen aan boord en de Duitse autoriteiten geven toestemming tot vertrek. Tonny neem via de scheepsradio contact op met de burgemeester van Delfzijl en als ze daar behouden in de haven aankomen, staan er boeren met wagens klaar om hen verder te vervoeren. In een speciaal voor hen geschikt gemaakt kamp komen ze wat op verhaal; Bertus weegt nog maar 92 pond. Van hieruit bereiken ze veilig hun familie; Bertus in Nieuwlande en Tonny in Coevorden.

Bertus, wiens gezin tijdelijk was ondergebracht in de boerderij van Johannes Post, blijft in Nieuwlande wonen. hij wordt ambtenaar bj de Planten Ziektekundige Dienst met standplaats Coevorden en verhuist later naar Hoogeveen. Daar woont hij, in 1998, nu nog. Tonny treedt als regisseur in dienst van de R.O.N.O., verzorgt er o.a. de Drentse programma's en wordt later directeur van deze omroeporganisatie. Hij vestigt zich in Haren.

Hoe verging het de de verraders, de handlangers, de beulen? Gerard Weimar, de opperlandwachter, vluchtte bij de nadering van de bevrijders naar Duitsland. Daar werd hij jaren later gesignaleerd als portier bij een nachtclub in Hamburg. Dirk Hoogendam en Auke Pattist werden met hun S.S. onderdeel vanuit Hollandscheveld overgeplaatst naar de omgeving van Arnhem. Daar werden ze beiden krijgsgevangen gemaakt en al spoedig als oorlogsmisdadiger opgesloten in de legerplaats Harskamp.



H.B.S. Coevorden

Rijks H.B.S. waaraan Geert Lambers leraar was


In augustus 1945 wist Hoogendam te ontsnappen door het omringende prikkeldraad door te knippen. Sindsdien is hij spoorloos (red: inmiddels overleden) en waarschijnlijk eveneens in Duitsland ondergedoken (red:dit is juist gebleken). Auke Pattist werd na een mislukte vluchtpoging opgesloten in de koepelgevangenis in Arnhem en ging daarna naar een kamp in Steenwijk. In december 1946 ontsnapte ook hij, vluchtte naar Frankrijk en vervolgens naar Spanje. Hij trad hier in het huwelijk met een Spaanse, kreeg de Spaanse nationaliteit en pas in 1978 werd zijn verblijfplaats in Nederland bekend.

Een verzoek om uitlevering werd in hoger beroep afgewezen. De Hoogeveens historicus Albert Metselaar correspondeerde in 1994 met hem en publiceerde in zijn boek "Op de drempel van de hel" een persoonlijke visie van Pattist op zijn optreden in Hollandsche veld.



Last update: 24-augustus-2007 by www.herdenking.nl