Spoorwegstaking

Door: Huib D. Minderhoud. Voor meer info over WWII: www.herdenking.nl


Het is zondag 17 september 1944. De opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, generaal Eisenhower, laat het volgende bericht uitgaan:"Hedenmiddag 17 september 1944 zijn sterke afdelingen van de eerste Geallieerde Luchtstrijdkrachten in Nederland neergelaten".Er volgen twee oproepen: een voor hen, die ten zuiden van de Lek en de Rijn wonen en een voor hen, die er ten noorden van wonen. De laatste luidt:"Geen algemene opstand!Verleen onderdak aan personen, die gearresteerd denken te worden. Luister aandachtig naar de BBC en Amerikaansche zenders. Geef acht op strooibiljetten". De oproep sluit af met:"HET GROOTE OGENBLIK IS THANS GEKOMEN. DE BEVRIJDING KAN VOLBRACHT WORDEN. LEVE NEDERLAND".


Het is deze overwinningstemming, die Radio Oranje ertoe brengt dezelfde dag nog tot een algehele spoorwegstaking op te roepen. Namens onze regering in ballingschap wordt vanuit Londen omgeroepen: "Naar aanleiding van een uit Nederland ontvangen vraag en na overleg met het opperbevel, mede in verband met de operaties, die heden in Nederland zijn aangevangen, acht de regering het ogenblik thans aangebroken de instructie te geven tot een algemene staking van het spoorwegpersoneel, teneinde het vijandelijk vervoer en troepenconcentraties zoveel mogelijk te beletten".


Propaganda

Tijdens de spoorwegstaking zetten de Duitsers eigen materiaal en personeel in.

Op deze gedenkwaardige dag vinden de luchtlandingen bij Arnhem plaats en de regering in Londen rekent erop, dat hierdoor de oorlog wel snel op een eind zal lopen. Het is nu alleen maar zaak, dat eind zoveel mogelijk te bespoedigen. Dat de landingen een mislukking zullen worden en dat de oorlog nog tot 5 mei 1945 zal duren, kan de regering helaas op dat moment ook niet voorzien!

De staking grijpt in Nederland snel om zich heen en vrij algemeen geven de spoorwegmensen gehoor aan de oproep. Ook in Coevorden dringt het bericht door, zij het langzaam en niet zonder hindernissen. Immers, er is hier een wat aparte situatie. Het station wordt gemeenschappelijk gebruikt door de Nederlandse Spoorwegen en de Bentheimer Eisenbahn en als gevolg hiervan is er naast de Nederlandse ook een Duitse stationschef.

Des te moediger is daarom het optreden van de NS-chef, de heer Boeff, als hij op 20 september, praktisch onder de neus van zijn Duitse collega, de Nederlandsche spoorwegmensen bij elkaar roept en hen adviseert om mee te doen aan de staking. Zij, die geen dienst meer hebben, moeten maar onderduiken, zegt hij. Zij die nu aan 't werk zijn, moeten morgen niet terugkomen.

De vertrouwensman van de door de Duitsers verboden vakbonden, Egbert Hilberink, op dat moment met ziekteverlof, is het daar volledig mee eens. Hij is sinds 26 november 1931 in Coevorden woonachtig en aangesteld als loketbeambte. Zijn teleurstelling is groot, als de volgende morgen blijkt, dat er toch nog een gedeelte van de beambten aan het werk gebleven is, zelfs de Nederlandse chef. Langzamerhand echter blijven meer mensen weg. Ook de heer Boeff, die aanvankelijk uit angst voor razzia's op zijn post is gebleven, verdwijnt in de maand oktober.

Als correspondent van de Personeelsraad, een illegale functie, voortgekomen uit het verbod van de vakbonden, krijgt Hilberink half oktober het verzoek de zorg op zich te nemen voor de ondergedoken spoorwegmensen en hun gezinnen. Zij moeten elke maand hun geld hebben! Dit zal verstrekt worden door het NSF, het Nationaal Steunfonds, de illegale organisatie, die de gelden voor het verzet bij elkaar brengt. Ze moeten ook bonkaarten hebben, maar daar moet Hilberink zelf maar voor zorgen.

Om het geld te halen fietst hij aanvankelijk eenmaal per maand naar Zwolle; later onderneemt hij de tochten eenmaal per twee maanden. Met bedragen van zo'n slordige tienduizend gulden, verstopt tussen zijn kleren, komt hij dan in Coevorden aan en brengt, ook al weer per fiets, ieder wat hem toekomt. Aan het eind van de oorlog verzorgt Hilberink zo'n 87 mensen in 't "verzorgingsgebied", dat zich uitstrekte tot Weerdinge, Hoogeveen en Hardenberg.

En bij geldzorgen blijft het niet; er moeten zoals gezegd ook bonnen rondgebracht worden. Overal heeft Hilberink zijn adresjes. In Coevorden bij kassier Frowijn in 't distributiekantoor, na diens arrestatie bij zijn opvolger de heer Jansen. In Gramsbergen krijgt hij bonkaarten bij Horsman. Daar staat altijd een envelop met inhoud achter de spiegel, want de illegale gever is niet altijd thuis.

Ook in Nieuw Amsterdam en Hardenberg zijn er mensen, die hun hals wagen om de Coevorder spoormensen aan bonnen te helpen. Met behulp van een doktersverklaring kan Hilberink rustig thuis blijven, hij geldt niet als staker en staat officieel als ziek te boek. Op 13 januari moet hij echter zelf ook onderduiken. Een wegwerker heeft de onvoorzichtigheid luidkeels op straat te bij een collega te informeren of hij al geld van Hilberink heeft ontvangen.


Anti-Stakingsaffiche

Anti stakingsaffiche. De Duitsers probeerden met dit soort affiches de spoorwegmensen aansprakelijk te stellen voor de belemmering van aanvoer en distributie van voedsel en brandstoffen, waardoor schade werd berokkend aan gezinnen van spoorwegmensen en aan de bevolking.

Het werk wordt er veel gevaarlijker door, de omstandigheden moeilijker! Toch blijft hij doorgaan en zo fietst hij door Z.O. Drenthe en N.W. Overijssel. Met de angst in het hart en 't geld en de bonnen tussen de kleren!. Tweemaal wordt hij aangehouden en gefouilleerd. Eenmaal nemen ze hem mee en wordt hij door de SD met geweerkolven bewerkt. Bij die gelegenheid heeft hij negenduizend gulden tussen het dubbel paar sokken, dat hij draagt en 18 bonkaarten. De Duitsers vinden niets en laten hem tenslotten vrij.

Zo gaat Egbert Hilberink door tot de bevrijding, trouw aan zijn zware taak, met recht solidair met zijn spoorwegcollega's. Velen danken aan hem hun oorlogs-overleven. Direct na 5 april 1945, als de Canadese bevrijders Coevorden zijn binnengetrokken, hervat hij zijn NS werkzaamheden. Hij wordt in 1954 overgeplaatst naar Valkenburg/Houthem, in 1956 naar Goor en hij komt in 1959 weer terug naar Coevorden. Hier wordt hij gepensioneerd en hij overlijdt op 30 maart 1982 in het verzorgingshuis De Voorde, na een verblijf van twee dagen daar.


Station Coevorden

Het station van Coevorden voor de Tweede Wereldoorlog (ca. 1910).


Last update: 30-juni-2007 by www.herdenking.nl