Gedachten aan Picardt.
Predikant, historicus, schrijver, ontginner.

Denkend aan Picardt zie ik een korte gedrongen man met een ernstige oogopslag. Keurig in het wambuis, een smalle knevel, lange grijze lokken achter een breed voorhoofd. Een wat plechtstatige figuur, zich bewust van eigen belangrijkheid.

Een wat merkwaardige man, een eenzame persoonlijkheid, openlijk geëerd en heimelijk benijd. IJdel, eigenwijs, koppig en hebzuchtig, maar ook rechtlijnig, ijverig en bovenal……. wilskrachtig. Denkend aan Picardt zie ik een jonge, veelbelovende dominee in het zeventiende-eeuwse Hollandse dorpje Egmond aan Zee. Een geleerd man, die medicijnen studeerde; getrouwd met een aanzienlijk juffer: Roeka Brederode van Egmond. Een man, die alles mee had, maar weinig bereikte. Een mislukkeling? Zondag aan zondag preekte hij in een bijna lege kerk.

Als gereformeerd predikant in een nog overwegend rooms-katholiek denkende gemeenschap bereikte hij met zijn evangelische boodschap bijzonder weinig Egmonders. Die lege kerk moet hem toch wel pijn gedaan hebben. Maar…..heeft Picardt zich wel ingezet om de afzijdig blijvende dorpelingen van de waarde van de nieuwe leer te overtuigen? Was hij wel een man, die het volk aan sprak?

Een zieleherder, die zich onder de mensen begaf en hen als zijns gelijke behandelde? Zijn idee “van de autoriteit, de waardigheid en de uitnemendheid van het heilige predikambt boven alle hoogheden, digniteiten en officieën van deze wereld” doen vermoeden, dat hij zich ver boven het volk verheven achtte. Geen dienaar, maar een heerser wilde hij zijn, welgesteld en geëerd!

Hij vluchtte weg in zijn liefhebberij: de verbetering van landbouwgronden door vermenging van grondsoorten zonder gebruik te maken van mest. In de nabijgelegen Beemster kocht hij 15 ha grond en hier zou hij de Hollandse boeren wel eens laten zien hoe zij hun landerijen vruchtbaar konden maken. Maar de van water doordrenkte poldergrond was weerbarstig, de bemaling bleef gebrekkig en de met koemest werkende boeren geleidden de pogingen van de geleerde dominee met minachting en spot. Van zijn ideaal, deze mensen iets te leren, kwam niets terecht.

In één opzicht was hij succesvol. In 1628 promoveerde hij in Leiden tot doctor medicus, bevoegd tot uitoefening van de geneeskunde. Hij maakte hiervan ruimschoots gebruik en liet er zich ook ruimschoots voor betalen. Op huize “Tijdverdrijf”, waar hij zich gevestigd had, leidde hij een vrij luxueus leven, dat hij zich van zijn predikantstraktement beslist niet kon veroorloven. De autoriteiten zagen zijn goed betaalde nevenaktiviteiten met lede ogen aan. Zij wezen hem terecht en verboden hem tenslotte zijn medische praktijk uit te oefenen.

Roeka Brederode van Egmond schonk hem zeven kinderen en het gezicht van die uitgebreide nakomelingschap zal hem met zeventiende-eeuwse trots vervuld hebben. Hij mocht ze, tenminste in Egmond, ook allemaal behouden en dat was, in die tijd, met recht een godsgeschenk. Twintig jaar hield Picardt het vol in het Hollandse dorp. Toen vertrok hij!

Naar Drenthe, “waarnaar zijn hart hem krachtig was trekkende”! Zonder de zekerheid van een nieuw ambt, slechts in de hoop, dat hij hier geholpen zou worden. Geholpen aan een nieuwe predikantsplaats, aan een nieuwe vergunning tot het uitoefenen van de geneeskunde, aan een mogelijkheid opnieuw en met meer resultaat landbouwgronden te verbeteren. Bij zijn afscheidspreek in Egmond was de kerk stampvol – een schrale troost voor de scheidende leraar.

Denkend aan Picardt zie ik een man van middelbare leeftijd, staande voor een lage, langgerekte hoeve in Rhee, even ten noorden van Assen. Die boerderij is niet zijn eigendom; dank zij de bemiddeling van de hoogste gezagsdrager in Drenthe, de Drost Rutger van den Boetzelaer heeft Picardt de voormalige kloosterhoeve mogen huren. Hij kijkt uit over het vlakke woeste land vóór hem, over zijn akker, waar de vruchten kiemen.

Dit is zijn wereld, zijn land, hier zal hij de Drentse boeren, meer nog, de Drentse gezagsdragers, overtuigen van zijn gelijk – zijn enige juiste methode om dit land te herscheppen in bloeiende akkers en welige weilanden. De hooggeleerde predikant Johan Picardt is een boerendominee geworden, Dank zij alweer de hulp van de drost, wordt hij predikant te Rolde. Ondanks het feit, dat de kerkeraad al een ander met algemene stemmen beroepen heeft. Het machtswoord van Van den Boetzelaer bewerkstelligt alsnog de afwijzing van Martinus Stephanus en de beroeping van Johan Picardt, die zonder gewetensbezwaren zijn nieuwe ambt aanvaardt.

De Rolder boeren echter aanvaarden hem niet zo snel. De geleerde dominee is hen té geleerd, hij blijft de vreemdeling uit Rhee; ze mogen hem niet en zijn preken nog minder. Ze zijn er als de kippen bij om de kerkvisitatoren te vertellen, dat dominee zo weinig werk maakt van zijn catechismuspreken, hoewel ze zelf bepaald geen bewonderaars van dit Calvinistische leerstuk zijn. Picardt heeft ook in Rolde geen succes. Zijn grondexperimenten trekken weinig of geen belangstelling. Niet bij de boeren en ook niet bij de gezagsdragers. Maar……hij geeft niet op!

Picardt wordt schrijver. Onder de zware balken van de eeuwenoude boerderij schrijft hij een geschrift, dat hij opdraagt aan drost en gedeputeerde van Drenthe. Vol van zijn denkbeelden om van “wildt en woest ontvruchtbaar landt goed groen- en weydtland” te maken, “zonder miss”! Het stuk wordt terzijde gelegd, de heren gaan er niet op in!

Er komt verdriet in zijn leven. Twee kinderen sterven. Heino Joachim in 1642, nog geen twee jaar oud en Marie, veertien jaar oud. Picardt schrijft! “Tractaat over de waardigheid des Predikambts”, heet zijn pennevrucht. Vier predikanten zullen het beoordelen – van een verslag of rapport erover is niets bekend. Picardt lijkt een, mislukkeling te worden, die door machtige vrienden de hand boven ’t hoofd gehouden wordt. Machtige vrienden! Zij bepalen Picardt verdere levensloop. In 1647 krijgt hij van de graaf van Bentheim, die de familie Picardt goed kende, een echte opdracht.

Het in cultuur brengen van een gebied van 1000 ha. woeste grond in de omgeving van Neuenhaus. Een uitdaging, een kans uit duizend om zijn ideeën eindelijk gestalte te geven. Hoe zal hij echter vanuit Rhee leiding kunnen geven aan een dergelijk reuzenproject? De andere machtige vriend brengt uitkomst. Rutger van de Boetzelaer zorgt voor een nieuw beroep. Naar Coevorden, als eerste predikant en dit beroep moet voor Picardt gekomen zijn als een geschenkt uit de hemel. Als hij echter, overeenkomstig het gebruik, de beweegredenen, die hem ertoe brachten het beroep aan te nemen, op moet geven aan de Classis, rept hij met geen woord over zijn Bentheimse opdracht. Wel van de gelukkige omstandigheid, dat hij nu zijn kinderen in Steinfurt kan laten studeren en ook dat er in Rolde altijd “krakeel is wegens het tractement”. De hervormde gemeente van Rolde geeft hem een loffelijk getuigschrift – hij krijgt het heilige kruis na!’

Denkend aan Picardt zie ik een hooggeëerd burger in de kracht van leven, wandelend door Coevordens straten. Eerbiedig gegroet en minzaam teruggroetend. De hooggeleerde doctor in de medicijnen, de eerwaarde predikant, de vermaarde schrijver, de ingenieuze landontginner, de alwetende historicus. Een geslaagd man! Op 16 april 1648 werd hij, samen met de tweede predikant Van Staveren, in de zojuist gereedgekomen hervormde kerk van Coevorden bevestigd. Een glorieuze toekomst lag voor hem. In Coevorden waren geen eigengereide Hollanders en ook geen achterdochtige Drenten. In Coevorden woonden gans andere lieden! Zichzelf respekterende notabelen, van respekt vervulde ambtenaren, naar respekt hunkerende garnizoenofficieren! Verder nijvere middenstanders, hardwerkende boeren en simpele soldaten. Mensen, die hoog opkeken tegen de geleerde doctor-predikant, belast met een zeer belangrijke opdracht van de bevriende graaf van Bentheim.

Die opdracht uit te voeren en tot een goed einde te brengen, werd Picardts vurigste wens. Hij toog aan het werk in een niet te stuiten ijver. Persoonlijk ontwierp hij de tekeningen van het nieuwe landbouwgebied – de sloten en de kavels, de boerderijen en de wegen. Persoonlijk hield hij toezicht op de goede voortgang der werkzaamheden en het aantrekken van de kolonisten, bijna allen uit Nederland. Een lustoord moest het worden: zijn Picardije, zoals de erkentelijke graaf de nieuwe kolonie te zijner ere liet noemen. Het is eigenlijk onvoorstelbaar, maar tezelfder tijd schreef Picardt zijn meesterwerk – zijn boek over de geschiedenis van Noord-Nederland, Drenthe en Coevorden.

Voor vele historische vraagstukken vond hij een oplossing. Veel te gemakkelijk in onze ogen, maar….hij was wel de eerste, die oplossingen zocht. Hij schreef zijn gedachten neer in zijn eigen taal, soms platvloers, soms spitsvondig, altijd direkt.
Picardt verrichte zelf, op bescheiden wijze weliswaar, archeologisch onderzoek en zijn conclusie doen ons soms de haren te berge rijzen. Maar, al weer, hij was de eerste, die zich hieraan waagde. Niet voor niets draagt een Leids dispuut zijn naam.

Johan Picardt Theologus, Ecclesiae Covordiensis Pastor Primus et Doctor Medicus – de man die door tegenslag achtervolgd werd, werd eindelijk een zeer verdienstelijk burger. Maar toch! Als predikant had hij ongetwijfeld te weinig tijd om zich aan zijn gemeente te wijden. Te weinig tijd voor pastorale zorg, voor hulp en bijstand. Verder gedroeg hij zich zeer onverdraagzaam ten opzichte van zijn collega Van Staverden, met wie hij vaak hooglopende meningsverschillen had.

Als landontginner onderging hij een enorme teleurstelling toen in 1667 de graaf van Bentheim onder druk van de ons welbekende bisschop Bernard van Galen rooms katholiek werd en Picardts zoon, Alexander, inmiddels belast met de ontginning van Picardije, ontsloeg.

Denkend aan Picardt zie ik een oude man langs Coevordens vestingwerken dwalen. Een man, die veel presteerde en die in veel tekort schoot. Een man, aan wie niets menselijks vreemd was. Een geslaagd man, bij wie veel mislukte, Vaak afhankelijk van anderen en toch een doorzetter. Gevoelig voor eerbetoon en toch een zegen voor velen.

Denkend aan Picardt, zie ik een mens, aan wie veel werd gegeven en die veel wist weg te schenken. Een groot Coevordenaar!!!


Klik hier om terug te gaan naar de publicatielijst.




Last update: 06-06-2007 door een oud-leerling